The Soul of Psychosynthesis – The Seven Core concepts – Kenneth Sørensen

Dit blog staat in het teken van het tweede kernbegrip: het zelf – de weg naar meer presence, naar meer aanwezigheid in het hier-en-nu.

 

Bewust aanwezig zijn in het hier-en-nu

Presence: het vermogen om hier-en-nu aanwezig te zijn met volledige aandacht, vrij, wakker en bewust. Dus niet in het verleden en ook niet in de toekomst, maar in het nu. Dat is nogal moeilijk voor de gemiddelde mens. Mijn gedachten en gevoelens nemen me voortdurend mee naar allerlei ‘dossiers’. Bijvoorbeeld het dossier ‘werk’ of ‘gezin’ of ‘relatie’ of ‘onderhoud huis’. Of ik verdwaal in mijn gedachten, dan weer blijf ik maar hangen in een gevoel, etc. Alleen mijn lichaam is hier en nu – dat kan niet terug in de tijd en niet vooruit – met mijn ademhaling als kompas en als brug naar mijn zelf.

 

Zelf: het zelf is nogal wat anders dan de ‘dossiers’ of ‘inhouden van het onbewuste’ en het is nogal iets anders dan ons denken, voelen en onze (lichamelijke) sensaties. Aansluitend op de vorige blog over disidentificatie is het zelf datgene wat overblijft als ik me dis-identificeer van alle inhouden of dossiers in mijn onbewuste. Inhouden komen en gaan met de waan van de dag en ze bepalen in grote mate èn onbewust ons doen en laten. Zo (over)leven we van inhoud naar inhoud, van de ene rol in de andere en houden we ons bezig met het ene dossier na het andere.

Maar als ik ga zitten, mijn ogen sluit en mijn aandacht richt op mijn ademhaling, dan ontspan ik elke uitademing een beetje meer. Ik richt mijn aandacht op mijn binnenwereld en ik observeer… En als ik ben afgeleid, kijk ik (steeds vaker) met liefdevolle aandacht naar wat er allemaal in me rondgaat. Zonder te oordelen als in: wel leuk / niet leuk, fijn / niet fijn, mooi / lelijk, goed / niet goed. Hoe dichter bij me-zelf, hoe milder en liefdevoller mijn waarneming.

 

Soms ben ik (denkbeeldig) in het oog van een heftige wervelstorm waar het heel stil is, terwijl alles om me heen door raast. Soms is het rustiger en lukt het me om (steeds opnieuw) de dossiers ‘neer te leggen’. Het heeft me jaren gekost om überhaupt een poos stil te kunnen zitten. Langzaam aan heb ik mijn zelf of centrum leren herkennen, het steeds weer leren terug te vinden en te versterken. Dat vereist een dagelijks practice, zoals Roberto Assagioli ook bepleit. Inmiddels weet ik uit ervaring dat deze plek in mij een vaste plek is die er altijd is, voorbij de waan van de dag, voorbij mijn ego, no matter what. En sterker nog: dat ik in wezen dit zuivere bewustzijn ben, presence ben, en dat ik alle inhouden heb.

 

Het ‘zelf’ is het tweede kernconcept van Psychosynthese. Sørensen schrijft dat  Psychosynthese therapeuten presence in zichzelf dienen te be-oefenen, als dagelijkse practice, èn in het werken met cliënten. Zodat we kunnen waarnemen wat er in onszelf gebeurt èn in het veld van de cliënt. Het doel is niet het bereiken van een piek-ervaring of een life-changing-experience, maar het geleidelijk opbouwen van een innerlijk centrum, van presence. Het veronderstellen van dit pure centrum van zuiver zelfbewustzijn als de essentie van de mens – en dus niet de mens gelijk stellen met zijn probleem of diagnose – onderscheidt Psychosynthese van andere psychotherapeutische aanpakken. Assagioli was zeer geïnspireerd door de kijk van het ‘Oosten’ op het ‘zelf’ en in het bijzonder was hij geïnteresseerd in de yogafilosofie. Het kernconcept ‘zelf’ is vergelijkbaar met Ātman in de Hindufilosofie. Ātman betekent innerlijk zelf of ziel.

 

Innerlijk Huis

Kenneth Sørensen beschrijft in dit hoofdstuk hoe hij werkt met de innerlijke processen van zijn cliënten. Hij gebruikt hierbij de metafoor van het ‘innerlijk huis’ waarbij elke verdieping staat voor een andere energie & behoeften & hulpbronnen die op hun beurt effect hebben op het ‘zelf’.

 

De verdiepingen uit het huis komen overeen met het de lagen in het ‘ei-diagram’ van Assagioli. De begane grond (Middelste Onbewuste) wordt gereguleerd door ratio en logica; in de kelder (Lager Onbewuste) gelden de wetten van het fysieke lichaam, driften en gevoelens; op de bovenverdieping (Hoger Onbewuste) heersen verfijndere wetten, voorbij het mentale: intuïtie en het beeldend vermogen. Door de aandacht naar binnen te richten, en het innerlijk huis te verkennen, wordt belicht wat verborgen was en hoe dit ons gedrag beïnvloedt.

 

Vaak leven we maar in een deel van ons innerlijk huis, beperkt in ruimte en in vrijheid. Het gehele huis verkennen is gemakkelijker gezegd dan gedaan! In de kelder blijken bijvoorbeeld onverwachte kamers of donkere hoeken te zijn waar we onderdrukte en pijnlijke herinneringen hebben opgeborgen en vervolgens zijn ‘vergeten’. Zonder het te weten zijn we door de jaren heen slaaf geworden van deze blokkades die zich als patronen in ons lichaam en in onze emoties hebben genesteld. Pas als we vastlopen in het dagelijks leven, als we merken dat onze huidige manier van doen ineens niet meer werkt, ontkomen we er niet meer aan om onze binnenwereld te verkennen. Als we stoppen met het verdoven van onze pijn, komen ook de (oude) emoties… ‘You gotta feel it to heal it’. Bekende aanleidingen zijn: problemen in relaties, conflicten op het werk, het verliezen van een dierbare, geveld worden door (chronische) ziekte of (vage) klachten, zingevingsproblemen, etcetera.

 

 

Observe what is…

Love what is…

Breathe though it…

Let it go…

— Kenneth Sørensen

 

 

Stap 1: To come home to yourself

Wat Sørensen zijn cliënten leert, is vanuit ‘presence’ als liefdevolle getuige het innerlijk huis te verkennen aan de hand van het thema dat speelt, en dan álle verdiepingen… zich daarbij bewust makend welke ego-stukken (of subpersonen) de leiding hebben op welke verdieping, welke overtuigingen en emoties hun doen en laten bepalen. Dit is vergelijkbaar met het waarnemen van inhouden in het onbewuste waar ik in het begin van dit blog over schreef. Het uitdrukking geven aan de gevoelens, gedachten en lichaamstaal van deze vaak onderdrukte en verborgen ‘inhouden’ in een veilige relatie met de therapeut geeft een gevoel van ’thuis komen’. Dat is stap één in het bij je-zelf komen, zijn wat wat er is….

 

Stap 2: Become the master in your own house

In het hart van het zelf is zowel een actieve als een passieve kant. Sørensen spreekt hier beeldend van ‘the spectator’ (toeschouwer, liefdevolle getuige, zie stap 1) en de ‘directing agent’ (richtinggever). Dit laatste deel van het zelf kan aanzetten tot actie, maar is zelf geen actie! Het wìl iets, is een wil-er..  Stap 2 van jezelf worden is dat het zelf actief wil interveniëren in ons doen en laten: het kan de verschillende functies en energieën in onze persoonlijkheid kiezen en richten om actie te ondernemen in de buitenwereld. Met andere woorden: we kunnen leren om onze gedachten, gevoelens, (lichamelijke) sensaties, driften en verlangens, beeldend vermogen en intuïtie in vrijheid te gebruiken om ons zo vrij te manifesteren in het leven. Dus: in het centrum van ons zelf is een eenheid tussen mannelijkheid en vrouwelijkheid, wil en liefde, actie en observatie.

 

Persoonlijk vind ik dat Kenneth Sørensen heel duidelijk en concreet het kernbegrip ‘zelf’ uitlegt waardoor de dynamiek tussen het ei-diagram en het ster-diagram van Assagioli superduidelijk wordt. Wie meer wil weten over het werken met het ‘zelf’ in het begeleiden van mensen, leest in dit hoofdstuk – naast het ontwikkelen van presence, en het trainen van disidentificatie – ook over de noodzakelijke rol van liefde, het belang van rol-model (External Unifying Centre) zijn als therapeut en de relatie tussen het zelf en de ziel…

 

bronnen:

https://en.wikipedia.org/wiki/Ātman_(Hinduism)#Atman_.E2.80.93_the_difference_between_Hinduism_and_Buddhism

https://nl.wikipedia.org/wiki/Psychosynthese

https://en.wikipedia.org/wiki/Psychosynthesis